Flexibele bovenleiding

Bovenleiding exact op schaal is waarschijnlijk onmogelijk te realiseren in N, de draden zouden dan 0,075 mm in doorsnede moeten zijn… Wie dat thuis zo heeft nagebouwd mag zich melden. Dus zoals bijna alles in N-spoor: concessies doen en door de vingers kijken. Behalve onze treinlengtes en rijlengte natuurlijk, daar kunnen veel halfnullers jaloers op worden.

Besloten werd om de setjes van het Spaanse merk N-train te gebruiken, verkrijgbaar onder de naam “Real Flex System’ (écht flex 😎), Artikelnummer N-Train 213.90. Die bestaan uit een rolletjes dun transparant elastiek en een ets-fretje met fragiele verticale hangers in diverse lengtes, oplopend van 6 mm tot 8 mm. Dat is om een natuurlijke doorhang te kunnen weergeven, in het midden zijn de verticale hangdraden korter, en  worden dan richting de ophanging aan de masten zelf steeds hoger.

De flexibele draden van N-train zijn 0,23 mm, de bijbehorende hangers zijn van de zijkant gezien iets breder, 0,28 mm, dikte van het materiaal is 0,21 mm. Je merkt, ik heb ‘t ff met de digitale schuifmaat nagemeten. Kant-en-klaar verkrijgbare bovenleiding zoals bijvoorbeeld de verkoperde draden van Sommerfeldt hebben een  doorsnede van 0,39 mm. Het verschil is minimaal maar met deze methode heb ik toch geprobeerd een net iets dunnere en minder opvallende bovenleiding te maken.

Het monteren van de bovenleiding is natuurlijk een behoorlijk tijdrovend klusje. Eerst de onderste (rij)draad ophangen tussen de bovenleidingmasten (merk: Viessmann). De rijdraad heb ik strak gespannen tussen de masten gelijmd. De (bovenste) hangdraad juist losjes, zodat ‘ie doorhangt zoals in het echt. 


Voor het monteren van de verticale hangers heb ik een malletje gemaakt met daarop de maatverdeling om een beetje gelijkmatig uit te komen. Lijmen doe ik in dit geval met UV-lijm, je gelooft het niet maar het werkt. Beetje vloeibare lijm aanbrengen, hanger op z’n plaats priegelen en dan met het UV-lampje uitharden (lampje zit aan de achterkant van de lijm-pen).

In de verpakking van een setje ‘Real Flex System’ zit 10 meter transparant elastiek en geëtste verticale hangers.

De onderste draad is strak gespannen verlijmd tussen twee bovenleidingmasten, de bovenste draad juist slap zodat er een ‘doorhang’ is ontstaan.

Op een stuk karton werd de afstand tussen de hangers onderling bepaald. Dat werd gebruikt als sjabloon om de hangers te monteren.

Beetje lijm aanbrengen op boven- en onderkant van de verticale hanger, dan op de juiste plek tussen de hang- en rijdraad bevestigen en vervolgens de UV-lijm drogen met het UV-LEDje (achterzijde van de lijmpen).

Natuurlijk kan er met deze methode niet ‘tegen de draad’ gereden worden. De stroomafnemers van de lok zouden de moeizaam opgehangen draden bij de eerste rit al totaal aan gort rijden. Dus is het zaak er voor te zorgen dat de draad net niet geraakt wordt door de panto’s. Om te zorgen dat de draad overal zoveel als mogelijk op dezelfde hoogte boven de spoorstaaf hangt heb ik een oud onderstel ‘verbouwd’ naar rollende bovenleiding-hoogte-mal.

Gelukkig ben ik in het bezit van deze hooggedetailleerde rijdende bovenleiding-hoogte-bepaler.

Daarnaast is het zaak om de hoogte van de stroomafnemers van het elektrisch materieel zo te beperken dat deze nét onder de draad blijven. Het fixeren van de stroomafnemers op een bepaalde hoogte is niet zo moeilijk. Deze methode werkt bij de meeste panto’s van bijvoorbeeld Sommerfeldt die door veel fabrikanten worden toegepast op hun E-loks.

 Hieronder even in een ‘foto-strip’ weergegeven; als je de panto indrukt zie je ruimte tussen de bodemplaat en de horizontale ligger van de draadconstructie. Het is een kwestie van een wig tussen de bodemplaat en het scharnierende gedeelte zetten om zo de maximale uitslag van de panto kleiner te maken. Snij van styreen (plastic) een dun strookje (0,3 mm dik ofzo, liefst zwart of grijs, dan zie je het bijna niet), net zo lang als de bodemplaat, maar smal zodat het schroefgat in het midden vrij blijft.
 Druk de panto in en schuif het strookje er tussen. Proefondervindelijk rommelen natuurlijk om de juiste dikte van het plastic-reepje te bepalen, zodanig dat ‘ie op de juist hoogte blijft hangen (dikker plastic: panto blijft laag, dunner plastic: panto komt hoger te staan). Het reepje blijft meestal gewoon klem zitten door de veerdruk van de constructie, lijm heb je eigenlijk niet nodig.

Een strookje dun plastic is vaak voldoende om spoor N stroomafnemers op een vaste hoogte te fixeren.

Het is niet nodig om de stroomafnemer los te halen van de lok-kap, meestal kan je er redelijk goed bij om met een pincet de begrenzer er tussen te duwen. Zoals gezegd, dit werkt vrij goed voor de meeste stroomafnemer-types. Probeer het eens! 
 Ter controle en voor het bepalen van de juiste hoogte heb ik deze bizarre constructie in elkaar geplakt.

Om er zeker van te zijn dat de aangepaste pantografen van de locomotief de draad écht niet zullen raken is deze basale mal geknutseld.

Toen alle hoofdsporen op de modelbaan onder de draad waren gebracht was het tijd voor de feestelijke opening! 👍 Nou ja, nog niet helemaal want eerst is nog alle bovenleiding  op kleur gebracht met wat verdunde (grijs-groene) Humbrol-verf in de airbrush. En dat betekend dan weer dat alles wat niet dat kleurtje mag krijgen afdekken met tape en keukenrol. Was ook een leuk klusje…. zucht

Als afsluitend klusje werden alle draden, steundraden en hangers in een onbestemd groen-grijs kleurtje gespoten.

Nadat het hele traject Wuppertal – Unterhaltung van bovenleiding was voorzien kon de inzet van elektrisch materieel van start gaan. Hier zien we de drie ‘Sonderzüge’ die vanwege de feestelijke opening gezamenlijk over het traject reden. Van links naar rechts de E 03 004 (Arnold), 110 145 en de E 410 002 (beide van Hobbytrain). De stroomafnemers zijn op de juiste hoogte gefixeerd met de hierboven beschreven methode.